De legende van het Vrouwtje van Stavoren

De legende van het Vrouwtje van StavorenHet Vrouwtje van Stavoren is een vermogende koopmansweduwe die in de gelijknamige legende verantwoordelijk wordt gehouden voor de verzanding van de Staverse haven en daarmee de ondergang van het eens zo rijke stadje. De hoogmoedige tante gaf één van haar kapiteins de opdracht haar te gerieven met een bijzondere kostbaarheid. De schipper voer haven in, haven uit. Pas in Dantzig zag hij iets waarvan hij dacht dat hij daarmee thuis kon komen: goudgeel graan. Toen hij met een lading koren in Stavoren terugkeerde, was zijn bazin razend. Geen goud, maar graan? Stort dat maar in zee, bulderde ze. Hoewel haar dat sterk werd ontraden door een oude, wijze man, hield ze voet bij stuk. De hevig teleurgestelde kapitein kieperde de vracht graan over boord. De oude man voorspelde de rijke dame veroordeling tot de bedelstaf door haar hoogmoed. De voorspelling minachtend wierp ze een gouden ring in zee met de mededeling “Zolang deze ring niet uit zee terugkeert, zolang zal ik niet bedelen.” Na verloop van tijd kreeg ze een vis voorgeschoteld. Met een ring erin! De schrik sloeg haar om het hart. Dezelfde dag kreeg ze bericht dat haar hele vloot in een zware storm was vergaan. Ze was één klap straatarm. En waar één van haar kapiteins ooit het graan had gelost, had zich een goudgele zandbank gevormd: het beruchte Vrouwenzand. Zo wordt tot op de dag van vandaag de teloorgang van Stavoren verwoord.