Publicatiedatum: 2 februari 2015
Reporter: Albert Hendriks - Friesland Holland Nieuwsdienst - www.friesnieuws.nl

Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa 2018

Stad aan zee werd koninklijke landstad en internationaal kenniscentrum zuivel- en watertechnologie

 7249080
De Oldehove

Leeuwarden, in het Fries ‘Ljouwert’, Culturele Hoofdstad van Europa in 2018, is sinds 1524 de hoofdstad van Friesland. Meer dan 500 bezienswaardige monumenten telt de stad die altijd voorname en relatief vermogende inwoners heeft gehad. De rijke en gevarieerde cultuurhistorie is goed geconserveerd terug te vinden in het centrum en in musea als het Fries Museum en het Princessehof.  Leeuwarden (108.000 inwoners) geniet in de 21-ste eeuw in de hele wereld, tot ver in China bijvoorbeeld, bekendheid als knooppunt van zuivel- en watertechnologie met bedrijven en instituten als Friesland-Campina en Wetsus.

Leeuwarden is ook de bakermat van het vorstenhuis Oranje Nassau en de wereldberoemde spionne Mata Hari. De Friese Nassaus zijn de voorouders van Koning der Nederlanden, Willem-Alexander. Om zijn band met Leeuwarden ook in sportieve zin te onderstrepen: op 26 februari 1986 volbracht hij onder het pseudoniem W.A. van Buren de Elfstedentocht. De Friese hoofdstad is de start- en finishplaats van deze 200 km lange tocht langs elf Friese steden, die voor het eerst in 1909 op de schaats werd verreden. Nu is de Elfstedenroute de populairste toeristische fietsroute van Nederland. De route kan door de opwarming van de aarde, waardoor de winters in Friesland veel zachter zijn geworden, maar zelden per schaats afgelegd worden. Daarvoor moet het 14 dagen stevig vriezen. De laatste Elfstedentocht op de schaats vond 4 januari 1997 plaats.

Leeuwarden aan zee
‘Leeuwarden’ wordt rond 750 ‘Villa Lintarwde’ wordt voor het eerst schriftelijk genoemd in een document van de Abdij van Fulda. De eerste bewoners woonden op drie terpen (woonheuvels) in de monding van riviertjes die met de Middelzee waren verbonden. Ze leefden van kleinschalige handel — 2.000 jaar geleden onder andere met de Romeinen en later met steden aan de Oostzee, zoals Lübeck — en van landbouw, visserij en scheepvaart. Door het dichtslibben van de met de Waddenzee en Noordzee verbonden Middelzee, tussen 1200 en 1300, gevolgd door drooglegging door monniken tussen 1300 en 1500 (de 42 km lange Slachtedyk is nu een cultuurhistorisch monument), verloor Leeuwarden zijn maritieme connecties en werd het een landstad.

Saksisch bewind na stammenoorlog
Eind 15-de eeuw werd de Duitse hertog Albrecht van Saksen (Grimma 1443-Emden1500) naar Friesland gehaald na een hevige stammenoorlog tussen de Vetkopers, de Leeuwarders, en Schieringers, inwoners van andere Friese steden en bewoners van het platteland. Albrecht van Saksen stapte in 1499 na een belegering, maar zonder hevige strijd, Leeuwarden binnen. 1499 wordt  vaak gezien als het einde van de Friese vrijheid.

De Duitse hertog bestuurde Friesland vanuit het rustigere Franeker. Toen de rust was weergekeerd in Leeuwarden maakte Albrecht van Saksen het tot zetel van het Hof van Friesland, een instituut dat zich bezighield met bestuur en rechtspraak. Dit college kreeg in 1571 een eigen onderkomen, de nog bestaande Kanselarij aan de Turfmarkt. Dit indrukwekkende monument was in de 19-de eeuw ziekenhuis, kazerne, huis voor burgerlijke en militaire verzekering en later museum. De heerschappij van de hertogen van Saksen duurde van 1498 tot 1515.

De Saksische tijd eindigde in 1515 toen Georg Schenck van Toutenburg Leeuwarden veroverde voor keizer Karel V. Op 19 mei 1515 verkocht George van Saksen definitief zijn aanspraken op Groningen en Friesland toen hij deze voor 100.000 gulden verkocht aan keizer Karel V. Net als de rest van Nederland en zelfs een groot gedeelte van Europa viel Leeuwarden nu onder de Habsburgers. Een tijd van grote voorspoed brak aan. Leeuwarden was een bestuurscentrum met stevige wallen en een burcht, in 1524 bekrachtigd met de officiële aanwijzing als hoofdstad van de Heerlijkheid Friesland.

 

De Oldehove, een meesterlijk drama
Bouwmeester Jacob van Aaken kreeg op 28 mei 1529 opdracht van het stadsbestuur om een grote, kracht en welvaart uitstralende kerk te bouwen, want die ontbrak nog. De bouw werd een drama met een einde dat tot op de dag van vandaag nog zichtbaar is in de aanwezigheid van de scheve toren, de Oldehove. Maar desalniettemin werd Leeuwarden in 1559 Leeuwarden tot bisschopszetel verheven.
Hoe Leeuwarden aan zijn scheve toren à la Pisa komt is een mooi verhaal. Toen de bouwers op tien meter hoogte waren, zakte de toren naar één zijde. Architect Van Aaken besloot dit te corrigeren door loodrecht verder te gaan, zodat er een knik in het bouwwerk ontstond. De in aanbouw zijnde toren bleef echter maar zakken door de slechte fundering. In 1531 kwam Van Aaken te overlijden, van verdriet, volgens overlevering. Het stadsbestuur wilde koste wat het kost een grote hoge toren, dus werd de bouw voortgezet. In 1533, toen de tweede trans (omgang) klaar was, kwam men tot de conclusie dat doorgaan echt geen zin had. De bouw werd stopgezet. In 1595 werd de naastliggende oude Sint Vitus-kerk afgebroken. Wat is blijven staan is dus de scheefgezakte en nooit voltooide 40 meter hoge toren die met zijn 183 treden hét symbool van Leeuwarden is geworden en een toeristische attractie.  

Leeuwarden en Oranje Nassau
Leeuwarden is eeuwenlang de residentie van Nassause stadhouders geweest. Het Stadhouderlijk Hof aan het Gouverneursplein, nu een hotel in het centrum van Leeuwarden, werd in 1587 door de Staten van Friesland aangekocht voor de eerste Friese stadhouder, graaf Willem Lodewijk van Nassau Dietz. Hij, ‘Us Heit’, wat Fries is voor ‘Onze vader’, leefde van 1560 tot 1620 en was getrouwd met Anna van Oranje. Zij was een zuster van Maurits, de zoon van Willem van Oranje.

Toen de kinderloze stadhouder-koning Willem III overleed en de titel ‘Prins van Oranje’ niet overgedragen kon worden, erfden de Friese graven in 1702 die titel. Vanaf dat moment zette de Friese tak van de Nassaus het Huis Oranje-Nassau voort.

Alle Friese representanten van het Hollandse vorstenshuis hebben in het Stadhouderlijk Hof gewoond. In 1971 kocht de gemeente Leeuwarden het koninklijk paleis van de toenmalige Koningin Juliana, de grootmoeder van Koning Willem Alexander. Bij de verkoop werd door de vorstin bepaald dat de benedenverdieping in de oorspronkelijke staat zou worden gehandhaafd. Deze afspraak is Leeuwarden tot op heden nagekomen, al is het sinds 1996 een chique hotel waar monarchisten en republikeinen onder één dak genieten van een vorstelijk nachtrust.

 

Een ander vorstelijk onderkomen was het nabije Princessehof, het paleis van prinses Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765), nu een internationaal keramiekmuseum. Maria Louise heeft veel betekend voor de stad Leeuwarden en provincie Fryslân, maar ook voor de dynastie der Oranjes. Ze is een cruciaal persoon geweest in de geschiedenis van de Nassaus en de Oranjes en in het voorzetten van de lijn. Zij is de stammoeder van het huidige koningshuis Oranje-Nassau. Bovendien stammen alle huidige regerende vorsten in Europa, maar daarnaast ook vele voormalige
koningen en keizers, van haar en haar man af.

Het achter het Stadhouderlijk Hof en Princessehof gelegen stadspark, de Prinsentuin, was ooit de lusthof van de Friese Nassaus. Het park werd in 1648 aangelegd door stadhouder Willem Frederik. De paleistuin werd in 1819 geschonken aan de stad.

De laatste rustplaats van de Friese Nassaus is de beroemde Grote Kerk, bereikbaar via de Grote Kerkstraat tussen de Oldehove en de kerk. In het Fries Museum hangen portretten van de stadhouders, de “vorsten” van Friesland.

Mata Hari
Mata Hari, de artiestennaam van Margaretha Geertruida (Griet) Zelle (Leeuwarden-Nederland, 7 augustus 1876 – Vincennes-Frankrijk, 15 oktober 1917), was een Friese exotische danseres met een voorliefde voor mannen in uniform en Indische tradities en cultuur. Ze werd — mogelijk onterecht — wegens spionage door de Fransen veroordeeld wegens hoogverraad en gefusilleerd. De verdenking komt voort uit het het gegeven dat Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal was. Mata Hari kon vanwege haar Nederlandse nationaliteit vrij reizen. Op het moment van de oorlogsverklaring aan Frankrijk verbleef zij in Berlijn, waar zij in politieke, militaire en politiekringen verkeerde. Uiteindelijk ging ze naar Frankrijk via het Verenigd Koninkrijk en Spanje. Haar vele reizen en de vele relaties die ze had met hoge militairen trokken de aandacht van meerdere partijen.

Meer informatie: www.leeuwarden2018.info